Wolf wedstrijd
Hieronder heb ik een verhaal geschreven over een meisje van vroeger. Als je het boek ‘Het vervloekte huis’ hebt gelezen, herken je haar misschien. Ze heet Susanna en haar vader heeft een berenjong gevangen. De bedoeling is dat jullie het verhaal afmaken. Het leukste verhaal zal ik op deze website publiceren, en de schrijver of schrijfster ervan krijgt het boek ‘Het rijk van de wolf’ toegestuurd.
Het verhaal van Suzanna en de kleine beer.
Er klinkt hondengeblaf, het echoot tot de kleine boerderij die door de
winterzon beschenen wordt. Een kat schiet weg als de deur geopend wordt.
Een meisje komt naar buiten, haar jurk is te lang voor haar en wordt bij
haar middel met een touw opgenomen. Over haar schouders ligt een omslagdoek.
Ze houdt een hand boven haar ogen om zich te beschermen tegen het licht
dat weerkaatst wordt door de sneeuw. Ze luistert ingespannen naar het geblaf
van de honden. Is vader nu al terug van de jacht? Hij is vroeg weggegaan
vanmorgen, samen met Janno, haar grote broer. Zoals altijd, als Susanna
aan Janno denkt, moet ze glimlachen. Janno is al bijna net zo groot als
vader en kan eten als een beer, maar ergens in zijn hoofd is het fout gegaan.
Hij praat en denkt als een kind van vijf. Toch is Suzanna dol op hem. Maar
vader had liever een gezonde zoon gehad. Nu ze aan haar vader denkt zucht
ze. Hij is aldoor zo boos, en ongeduldig tegen Janno. Als hij iets niet
begrijpt, valt vader tegen hem uit. Een stem klinkt uit het huis. ‘Suzanna?
Waar ben je?’
Moeder heeft haar nodig. Suzanna kijkt nog een keer naar het prachtige berglandschap.
De hoge toppen in de verte zijn helemaal wit, de zon schittert op de sneeuw.
Maar straks, als de zon achter de bergen verdwijnt, zal het weer koud worden.
Suzanna huivert even en slaat haar omslagdoek steviger om zich heen. Waarom
voelt ze zich zo vreemd? Het is net of haar keel wordt toegeknepen. Zou
er iets met de mannen zijn? Is vader misschien verwond geraakt? Er zijn
everzwijnen in het bos, hun scherpe slachttanden hebben al veel mannen verwond.
Vader heeft alleen maar zijn lange mes, hij heeft strikken gezet waar hij
beesten in vangt. Als er iets met vader gebeurt, dan moeten moeder en zij
hier weg. Dan moeten ze naar de stad, bedelen bij de rijke mensen. Nu kunnen
ze nog geitenmelk verkopen en meel halen bij de molenaar in het dal, maar
als vader er niet meer is… Ze moet niet zo dom doen. Als ze zo denkt, trekt
ze het ongeluk naar zich toe. Ze wil zich net omdraaien en naar binnen lopen,
als geluiden op het pad haar waarschuwen. Een hond stuift op haar af, achter
hem volgen er meer. De hond jankt van blijdschap als hij haar ziet. Is vader
nu al terug? Suzanna loopt haastig naar de kleine weg die toegang geeft
tot hun boerderij. Haar vader komt aangelopen, achter hem loopt Janno. Maar
wat heeft hij daar bij zich?
Als Janno haar ziet begint hij te stralen. ‘Een groot beest, Suzanna, we
hebben een groot beest gevangen!’ Nu ziet Suzanna dat Janno een ketting
vasthoudt. Aan die ketting, die is vastgemaakt aan een leren halsband, hobbelt
een kleine beer. Een beer, een berenjong! Suzanna slaat haar hand voor haar
mond.
Vader loopt haar voorbij. ‘We moesten langs de smid, die had nog een ketting
liggen. Moeder, waar zit je?’ Op zijn luide roep komt een vrouw het huis
uit, onder haar zwarte rok puilt haar buik naar voren. Haastig loopt Suzanna
naar haar toe. Moeder moet zich rustig houden. ‘Anton!’ De stem van moeder
klinkt ontzet. ‘Wat heb je daar nu bij je!’
‘Nu worden we rijk, vrouw, Janno gaat die beer temmen, hij gaat langs de
dorpen trekken om geld te verdienen!’ Vader klinkt helemaal opgewonden,
maar Suzanna ziet wel dat moeder haar hoofd schudt. Ze kijkt naar de kleine
bruine gestalte, die ineengedoken naast Janno staat. Als het dier eventjes
beweegt, trekt Janno hard aan de ketting. Het geJannok van de kleine beer
snijdt Suzanna door haar ziel. Zo heeft haar broertje gehuild, in zijn mandje
bij de open haard, zo zacht en zielig. Het broertje, dat ze hebben begraven
bij de kerk beneden in het dal. ‘Maar dat kan Janno helemaal niet, man!’
zegt haar moeder ongerust.
Suzanna doet een stap naar voren. Ze trekt de ketting uit de handen van
haar broer en knielt neer bij de kleine beer. Hij gromt tegen haar, en ontbloot
zijn hagelwitte tanden. ‘Pas op, het is een monster!’ waarschuwt haar vader.
Suzanna doet net of ze hem niet hoort. Ze voelt in de zak van haar schort
en haalt een stuk brood tevoorschijn, dat ze aan de geiten wilde geven.
Ze steekt het naar voren. Ondertussen praat ze tegen de kleine beer, met
een lage sussende stem: ‘Kom, neem het maar, het is goed brood, dom beest.
Hier, het is voor jou, pak het maar.’ Alles in haar is gespannen. Stel je
voor dat hij een hap neemt uit haar hand! Maar koppig blijft ze zitten,
het brood in haar uitgestrekte hand.
Stuur jouw verhaal op en misschien win je.